Posts tonen met het label Mirjana. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mirjana. Alle posts tonen

zaterdag 23 februari 2013

De roze wolk en andere clichés

En dan ben je bijna twee jaar verder… Ik ben inmiddels trotse moeder van onze 5 maanden oude dochter Lynn. Inmiddels ben ik alweer twee maanden aan het werk en lijkt er een ritme te komen in mijn leven. Nou ja ritme, iets wat hierop lijkt.

Met de geboorte van Lynn werden er ongevraagd zo ongelooflijk veel clichés op mij afgevuurd. Ik moet daarbij meteen eerlijk bekennen dat het overgrote deel van de clichés ook echt zo is. Lynn is de mooiste baby van de hele wereld, zonder twijfel!
Je kan nergens anders meer over praten. Confronterend om toe te geven, maar absoluut waar. Op zijn minst 70%(misschien wel meer) van mijn gespreksstof gaat over mijn dochter.
 
Het roze wolk principe kwam natuurlijk ook oneindig vaak te sprake. Er bestond niets mooiers dan moeder worden, huilen en poepluiers wegen niet op tegen de liefde voor je kind.
Nou dat cliché klopte voor mij van geen kanten.

vrijdag 29 juli 2011

What's life all about?

Het leven, jawel een zwaar maar reëel onderwerp. We hebben er tenslotte allemaal dagelijks mee te maken. Waar draait het leven nu eigenlijk om, was de vraag tijdens een lunch met vriendinnen. Waarop de volgende vraag ontstond. Wat hebben we nodig om te kunnen functioneren en moet je jezelf hierover verantwoorden tegenover vrienden en familie?
Werk, studie, cariere maken, familie, vrienden, gezin, liefde, gezondheid, bijdragen aan de maatschappij en eigen geluk. Allemaal aspecten waar een ieder dagelijks mee te maken heeft en keuzes in maakt. Daar waar ik vroeger, en ik ben pas 26, elk weekend aan de bar hing en danste tot de lichten aangingen, hang ik nu ook graag op de bank met mijn liefde. Carrière maken met mijn SPH diploma was voor mij belangrijk, maar nu blijk ik meer baat te hebben bij structuur en een baan van 9.00 tot 17.00. Levensdoelen lijken voor mij dus ook te veranderen.

Afgelopen oktober en november was ik in Durban, Zuid-Afrika waar ik werkte met straatkinderen. Ondanks alle armoede en ziekte werd ik het meest geraakt door de onzekerheid van de kinderen. Ik ben opgegroeid in een veilig en warm gezin. Tot op de dag van vandaag weet ik dat ik altijd kan terugvallen op mijn ouders en vriend, wat er ook gebeurd en wat ik ook doe. Met deze zekerheid functioneer ik op alle vlakken. Op familiear gebied, omdat ik weet dat er van mij gehouden word. In mijn werk, omdat ik weet dat mijn collega's in mij geloven en mijn achterban (ouders en vriend) trots op mij zijn. Ik functioneer op sociaal niveau omdat ik weet dat ik mijzelf kan en mag zijn. Maar wat als je dit alles niet hebt? Hoe functioneer je dan?

zaterdag 23 juli 2011

Boodshoppen

Boodschappen doen, iedereen doet het. Maar dan is er nog de grote vraag... Bij welke winkel? Ik ben zelf iemand die graag de dichtstbijzijnde supermarkt bezoekt. Nu zijn dat in mijn geval twee grote ketens. Wil ik lekker vlees en groenten, ga ik naar de Ap. Wil ik een recht toe recht aan maaltijd, ga ik naar de Deka.
Makkelijk zat zou je zeggen. Voldoende keuze, prima prijzen, lekker dichtbij maar toch altijd meer geld kwijt dan ik eigenlijk zou willen.

Laat ik voorop stellen dat ik gek ben op koopjes en shoppen. Maar als het om boodschappen gaat besteed ik daar weinig aandacht aan. Zo kom uiteraard vaak thuis met 3 pakken gevulde koeken die in de aanbieding waren en die ik absoluut niet nodig heb. Maar bewust boodschappen doen is aan mij niet echt besteed, terwijl ik dit bij het shoppen van kleding en schoenen altijd doe.

Echter besloot ik op een druilerige zaterdag naar de Action te gaan. Een geweldige winkel waar alles bijzonder goed geprijsd is. Zo koop ik er graag mijn schoonmaakspullen, shampoo en uiteraard de aanbiedingen die ik niet nodig heb, maar wel leuk vind. Een winkel waar ik met gemak een uur rond kan struinen op zoek naar leuke cadeaus, schrijfgerei en boeken.

Op deze bewuste zaterdag besloot ik dan ook maar meteen langs de Aldi te gaan. De winkels liggen naast elkaar, dus waarom niet even rondkijken.

vrijdag 22 juli 2011

Happy New Year

Gelukkig nieuw jaar.... twee keer zelfs als ik afga op mijn laatst geschreven stuk. Inmiddels ben ik, net als de rest van de wereld, in 2011 beland. En er is een hoop gebeurd in de afgelopen twee jaar.
Voor de liefhebbers een beknopte update.

In 2009 begon ik aan mijn laatste jaar SPH, sociaal pedagogische hulpverlening. Ik heb in 2010 mijn HBO diploma behaald en ga nu als 'bachelor of social work' door het leven.
Zoals iedere student viel ik na mijn studie in een buitengewoon diep donker gat. Ik kon toch echt niet bedenken met welke activiteiten, naast mijn baan, ik mijn vrije tijd moest vullen. Vrije tijd, wat was dat ook al weer?

Na het lezen van tientallen boeken, het binnenstebuiten keren van de sportschool, het bezoeken van vele terrassen en simpelweg luieren vond ik mijn nieuwe missie. Vrijwilligerswerk in Zuid-Afrika.

zondag 15 februari 2009

Friends

Vrienden heb ik in alle soorten en maten. Vrienden die ik al twintig jaar ken, vrienden van de middelbare school en van mijn studie. Vrienden die ik tegen het lijf ben gelopen tijdens uitgaan en vrienden die ik ken van sport.
Maar wat houdt dat woord nu eigenlijk in? Zoals in het woordenboek staat beschreven is een vriend iemand waarmee je door gevoelens van genegenheid bent verbonden.

Als ik dit bij mezelf naga dan komt dit behoorlijk overeen. Met mijn vrienden ben ik door gevoelens van liefde en sympathie verbonden. Ik heb al mijn vrienden lief ondanks de diversiteit binnen mijn vriendengroep. Ze maken allemaal iets in mij los of hebben eigenschappen die mijn aantrekken. Stuk voor stuk mensen die ik graag bij me en om mij heen heb. Echter is het moeilijk om te bepalen wat ik van een vriend verwacht en wat ik dan onder vriendschap versta.

De betekenis van vriendschap is het bevriend zijn. Dit klinkt simpel maar binnen een vriendschap heb ik nog nooit meegemaakt dat alleen bevriend zijn genoeg is.
In een vriendschap worden altijd dingen van je verwacht. Als je mij vraagt het woord vriendschap te beschrijven dan zou ik dat als volgt doen.

Een vriendschap is een verbintenis tussen twee of meer personen. Binnen deze verbintenis worden wederzijds acties en reacties verwacht. Deze acties en reacties dienen binnen de voor die persoon geldende normen en waarden te vallen. De normen en waarden die gelden zijn helder voor de binnen de vriendschap verbonden personen. Wanneer dit niet naar behoren gebeurd zal er binnen de vriendschap iets veranderen.

Kortom, vriendschap kan nog behoorlijk lastig zijn. Iets wat ik als vriendschap beschouw moet dus duidelijk zijn voor degene waar ik bevriend mee ben en vice versa. De vriendschap is ontstaan omdat ik iets in de desbetreffende persoon waardeer of omdat ik me goed voel bij die persoon.
Maar als de vriendschap eenmaal ontstaan is, wat verwacht ik dan van mij vriend(in)?

De perfecte vriend(in) zou ik als volgt omschrijven. Mijn perfecte vriend(in) is in mij geïnteresseerd en in wat ik doe. Ik kan met mijn vriend(in) uren praten over alles wat me bezighoudt zonder mij te hoeven schamen, verontschuldigen of veranderen.
Mijn met vriend(in) kan ik alle gebeurtenissen in mijn leven delen. Geluk, plezier, verdriet en angst. Ik kan op elk moment van elke dag bouwen en vertrouwen op mijn vriend(in).
Mijn vriend(in) accepteert mij zoals ik ben en zal, ondanks hij/zij een andere mening toebedeeld is, mij altijd steunen in wat ik doe.
Mijn vriend(in) laat mij er niet makkelijk vanaf komen wanneer ik het moeilijk heb en zal genieten wanneer ik gelukkig ben. Mijn vriend(in) is attent, lief, zorgzaam, gezellig, volhardend, ondersteunend, aanwezig, oprecht en eerlijk.
De deur van mijn vriend(in) staat altijd voor mij open en zal ook altijd open blijven staan.

Nu ik dit schrijf bedenk ik me dat het lastig is om een goede vriend(in) te zijn volgens mijn normen en waarden. Echter denk ik dat als mijn vrienden dit lezen, ze stuk voor stuk iets van zichzelf herkennen in mijn omschrijving. Deze personen weten ook allemaal dat wat ik beschreven heb op hen gebaseerd is. Evenals ze weten dat ze bovenstaande van mij kunnen verwachten. Dat is tenslotte waar vriendschap voor staat, een verbintenis door gevoelens van genegenheid. That’s what friends are for.

maandag 26 januari 2009

Het functioneringsgesprek

Just an ordinary Monday. Alleen ben ik vrij van school vandaag. Relaxed zou je zeggen. Een dagje dat ik niets moet maar alles mag. Echter had ik voor vandaag een afspraak, en wat voor één.

Één keer per jaar moet het ervan komen. Een gesprek waarin je verteld wordt of je werkgever bijzonder tevreden met je is, of dat je de meest beroerde werknemer ooit bent en ze zo snel mogelijk van je af willen. Het wel bekende functioneringsgesprek of disfunctioneringsgesprek.

Ik werk inmiddels twee jaar voor de Zorgspecialist en heb vorig jaar zo’n zelfde gesprek gehad. Zenuwachtig? Welnee. Buiten hartkloppingen, slapeloze nachten, acute zweetuitbarstingen en trillende handjes had ik werkelijk nergens last van.
Toen werd me verteld dat ik het toch niet zo slecht deed en ze me wederom een jaarcontract aanboden. En daar zit ik dan, een jaar later, om wederom te praten over mijn functioneren.

Dit keer had ik me voorgenomen om niet zenuwachtig te zijn. Om me vooral niet druk te maken, laat staan de ernstigste scenario’s te bedenken. Ik zou er dit keer geen slapeloze nachten aan overhouden en er al helemaal niet vanuit gaan dat er geen toekomst voor mij zou zijn bij de Zorgspecialist.

Hoe ik dit alles heb kunnen waarmaken? Op zondagavond een hele slechte film kijken waardoor mijn gedachten bij die o zo slechte film blijven in plaats van bij mijn functioneringsgesprek. Dusdanig laat gaan slapen dat ik mijn ogen niet meer open kon houden en dus geen slapeloze nacht kon hebben. De volgende ochtend zo laat op staan dat ik geen tijd had om me druk te maken maar moest zorgen dat ik nog kon douchen voordat ik naar het gesprek moest. Onderweg mijn radio zo hard zetten dat er geen doemscenario’s meer toegelaten werden in mijn overvolle hoofd.

Een kop koffie in mijn handen weerhoudt me ervan om zenuwachtig aan mijn vingers te pulken en dan is het zover. Het gesprek begint.
Om te beginnen had mijn manager feedback gevraagd aan meerdere mensen om een beter beeld van mij te krijgen. Mijn hart ging toch iets sneller kloppen, wat zouden al deze mensen gezegd hebben?

En toen kwam het verlossende woord, tevredenheid. De ouders van mijn cliënten, mijn coördinator en praktijkbegeleider waren allen bijzonder tevreden over mijn functioneren.
Mijn communicatie is goed, ik gebruik veel humor in mijn werk, ik pas binnen het team, ik ben gegroeid in mijn professionaliteit, mijn motivatie is sterk verbeterd, ik ben makkelijk aanspreekbaar en ben ook nog eens flexibel.
Als ik niet aan het bureau vastgeklampt zat was ik terplekke op een grote roze wolk gaan zitten. Ik had me dus nergens zorgen om hoeven maken.

Als klap op de vuurpijl… een contract voor onbepaalde tijd.

Dit heb ik dezelfde dag nog gevierd. Ik bleek een voldoende te hebben gehaald voor mijn onderzoeksplan voor school, nog een goede prestatie. Ik haalde een heerlijke lunch, ging naar de kapper en werd ook nog door mijn ouders uitgenodigd om ’s avonds uit eten te gaan.

Wat een heerlijke vrije schooldag.

donderdag 23 oktober 2008

Roken

Als fanatieke roker moet het er toch een keer van komen dat ik een stukje schrijf over het rookverbod. Beetje bij beetje is mij, als roker zijnde, alles afgenomen.
Voor een paar jaar geleden mocht ik in de trein gewoon nog roken terwijl ik nu tot de welbekende rookpaal veroordeeld ben. Ondanks ik een stevige roker ben snap ik heel goed dat roken in een trein vervelend en storend kan zijn voor mijn medepassagiers.

Sinds juli mag ik ook in restaurants, clubs, bars en sportkantines niet meer roken. Ondanks ik eerlijk toe moet geven dat ik natuurlijk liever wel rook voor, tijdens en na een lunch, diner of drankje begrijp ik de protesten.
Na een aantal keren geoefend te hebben kan ik nu een lunch of diner doorstaan zonder trillend aan tafel te zitten vanwege het nicotinegebrek.
Ook kan ik mijn handen inmiddels rust geven in plaats van hysterisch in mijn kop koffie te roeren of aan servetten te pulken.

Al met al vind ik dat ik het als roker prima doe. Van overal roken naar helemaal nergens meer roken in openbare ruimtes. Ik moet wel bekennen dat als ik ook maar even buiten sta, thuis ben of in de auto stap het eerste wat ik doe is een sigaret opsteken. Maar die sigaret rookte ik voorheen binnen dus vind ik dat te rechtvaardigen voor mezelf.

Zo was er ook op school een ruimte waar binnen gerookt mocht worden. Deze bestaat na 1 juli jongstleden niet meer dus rook ik keurig buiten.
Maar toen, in de pauze, wilde ik heerlijk in het zonnetje een sigaret roken. Wat mij toen gebeurde had ik nog nooit mee mogen maken. Ik stond buiten, aangezien binnen roken dus niet meer mogelijk is, voor de hoofdingang en werd onverwacht op mijn schouder getikt door een man met een knaloranje vestje.

Mevrouw, zei die meneer, u mag hier niet roken. De man dacht waarschijnlijk dat hij me een beroerte had bezorgd aangezien ik toch zeker een seconde of 20 geen woord uit wist te brengen. In mijn hoofd draaide alles op volle toeren. Sta ik buiten? Waait de rook naar binnen? Ben ik iemand tot last? Wat doe ik verkeerd?

Ik bleek binnen een te korte afstand te staan van de ingang. De man verzocht mij vriendelijk om bij de vlaggenmasten te gaan staan, ook buiten. Uiteraard deed ik netjes wat mij gevraagd werd. Echter vind ik het nog steeds frappant dat ik buiten niet mag roken. De vlaggenmasten staan natuurlijk dusdanig ver van het afdak dat er bij een regenbui geen beginnen aan is. Vanaf dat moment is mijn nieuwe stek het binnenplein van de school, daar waar rokers zich niet aan afstanden hoeven te houden en overdekt kunnen roken.

Ik zag laatst op het nieuws dat er mensen zijn die aangeven de terrassen ook rookvrij te willen hebben. Ik zou zeggen, ‘binnen plaatsen genoeg’. Maargoed om nu niet helemaal als verzuurde chagrijnige verstokte roker over te komen snap ik dat het in walmen rook zitten niet prettig is, alleen ben ik van mening dat men dat al zolang doet dat het er nu ook niet meer toe doet laat staan buiten.

Als ik straks op terrassen, in de auto en in mijn eigen huis ook niet meer mag roken is het misschien een optie om te stoppen.
Tot die tijd wil ik er nog niet aan geloven en steek ik zonder pardon in mijn eigen stekje nog een sigaret op.

maandag 18 augustus 2008

Gebruiksaanwijzing

Iedereen heeft het wel eens gedaan en meegemaakt. Een doe-het-zelf pakket gekocht en het in elkaar zetten van je net gekochte product.
Zelf heb ik dit ontelbaar vaak gedaan aangezien mijn volledige inboedel bij de Ikea vandaan komt. Je haalt het uit de verpakking, telt de schroeven en onderdelen, volgt de gebruiksaanwijzing en komt als alles in elkaar zit tot de conclusie dat je een schroef of zes overhoudt. Echter blijft het altijd in elkaar zitten en je hebt tenslotte de gebruiksaanwijzing gevolgd dus kan er niets mis gaan.

Maar dan, ga je op een avond gezellig een kop koffie drinken bij je ouders. In eerste instantie lijkt alles in orde en is het gezellig. Tot je erachter komt dat je vader een bureaustoel bij de Karwei gekocht heeft, eentje die je zelf in elkaar kunt zetten.
Hij had hem in een reclame voorbij zijn komen en kostte slechts €49,95. Dit was volgens mijn vader geen geld, tot hij het ding in elkaar moest zetten en bedacht dat hij beter een kant en klaar exemplaar had kunnen kopen.

Zoals een ieder haalde mijn vader alle onderdelen uit de verpakking, telde de schroeven en pakte de gebruiksaanwijzing. Bij het tellen van de schroeven bleken er 7 van de acht te ontbreken. Toen ik echt keek bij de armleuningen bleken de schroeven er al in te zitten.
Mijn vader begreep echter niet waarom er één schroef extra in het zakje zat.
Tot zover ging het goed. Ik grapte nog dat het toch niet de soort stress ging opleveren als bij het optuigen van de kerstboom. Mijn vader verzekerde me van niet, ik had echter mijn bedenkingen.

Ik probeerde met mijn moeder rustig een kop koffie te drinken maar we werden al snel gestoord door het zware gesteun en gekreun van mijn vader.
Hij had eerst de armleuningen aan beide zijden van het zitvlak vastgemaakt, en probeerde nu de rugleuning ertussen te krijgen.
Ik vroeg op extra vriendelijke toon of hij niet eerst één armleuning aan het zit- en rugvlak vast moest maken maar mijn vader zei dat hij de gebruiksaanwijzing precies volgde.

Mijn vader is echter het type dat zelf een dusdanig uitgebreide gebruiksaanwijzing nodig heeft dat hij advies van zijn dochter en laat staan zijn vrouw zal aannemen.
Toen ik hem zag ploeteren en wilde voorkomen dat het toch een kerstboom-traumatisch-stress-syndroom zou worden besloot ik hem een handje te helpen.
En nee, niet volgens de gebruiksaanwijzing, maar volgens de gebruiksaanwijzing van mijn vader. Ik hield het rugvlak vast en hij schroefde de leuning eraan vast. Tot één van de schroefjes in de buis van de armleuning verdween.
Dit is dus het gedeelte waarbij de extra schroef in het zakje van pas komt. Na een tweede poging lukte het ons na veel bloed, zweet en scheldwoorden de stoel in elkaar te zetten.

Toen het exemplaar eindelijk in elkaar stond zei mijn vader voortaan gewoon een kant en klare stoel te kopen. Want dit had hem niet alleen €49,95 gekost, maar ook zeker tien jaar van zijn leven en een bos grijze haren.
Toen ik later met mijn moeder de gebruiksaanwijzing nog even bekeek, kwamen we erachter dat er dus eerst één armleuning aangeschroefd had moeten worden.
Echter begrijpen wij nog steeds niet hoe mijn vaders gebruiksaanwijzing werkt dus zal ik voortaan eerst even bellen of er nog spullen in elkaar gezet gaan worden voordat ik een kop koffie ga drinken bij mijn ouders.

maandag 4 augustus 2008

Pis Manneke

Eindelijk was het dan zover. Na een jaar keihard werken in het gezinsvervangend tehuis en voor mijn studie had ik dan eindelijk vakantie.
Welverdiend twee weken helemaal niets doen. Nou ja niets, gewoon twee ontspannen weken thuis en een weekend naar Brussel met mijn vriend.

Bij Brussel horen natuurlijk een aantal beroemde bezienswaardigheden die ik van te voren al bekeken had op internet. Niet dat ik van plan was om daadwerkelijk alles te bezoeken, maar je moet natuurlijk wel een beetje weten wat er in de stad te zien is.

Zo kwamen we vrijdagmiddag aan in Brussel. We pakten onze tassen uit en besloten naar de stad te wandelen. Niet voor de bezienswaardigheden maar om lekker een hapje te eten.
Al weken had ik me stiekem verheugd op het zien van Manneke Pis. Ik had al helemaal bedacht dat we de volgende dag naar het beeldje zouden gaan kijken en er een deel van de dag voor uit zouden trekken.
Ik bedoel, dit is het mannetje dat wereld beroemd is en dus moet het wel een bijzondere plek zijn. Anders zou er niet zoveel over bekend zijn toch?

Na een half uur naar de stad te hebben gewandeld op een weg die leek op een van de zwaardere bergetappes van de Tour de France waren we dan in de binnenstad van Brussel beland. Tijdens de wandeling kwamen we er vrij snel achter dat Brussel bestaat uit heel veel hoge en grote gebouwen. Zo ook de binnenstad. Overal waar je kijkt staat grote statige gebouwen die er niet meer helemaal fris uitzien.
Maar omdat je in het buitenland bent roep je al snel dat het mooie grote gebouwen zijn. Wat je eigenlijk denkt is, wat een smerige bedoening, maar je durft het niet echt uit te spreken.

Bij aankomst in de binnenstad liepen we rondom de Grote Markt van Brussel. Allerlei kleine straatjes waar winkeltjes en restaurantjes de straten vullen.
En toen gebeurde het. Mijn vriend zei, kijk daar staat hij. Ik dacht wie ziet hij nu weer, we zijn in Brussel en hij komt alsnog een bekende tegen.
Echter was het tegenovergestelde waar, daar stond hij inderdaad. Hij waar ik al weken naar uit had gekeken. Op de hoek van twee kleine straatje die elkaar kruisten. Achter een hek geplaatst waar een hoop toeristen tegenaan stonden om met hem op de foto te gaan.

Manneke Pis, het beeldje waar ik eigenlijk mijn halve zaterdag aan had willen spenderen. Al plassend stond hij daar te staan. Een mannetje van ruim een halve meter waar toch zeker twintig volwassenen omheen stonden om hem te fotograferen.
Het beeldje waar ik naar uit had gekeken om het te kunnen zien, en het enige wat ik dacht was, is dit hem nou?

Dit kleine mannetje op een sneu hoekje bij een kruising van twee kleine straatjes, had ik hier nou echt mijn halve zaterdag aan willen besteden? Mijn vriend had me al gewaarschuwd maar ik was eigenwijs en verwachtte een heel spektakel. Echter bleek dit dus niet het geval te zijn.
Na er zeker 2 minuten naar gekeken te hebben besloten we op zoek te gaan naar een gezellig restaurantje waar we konden eten. Mijn droom betreffende Manneke Pis in duigen, maar een halve zaterdag extra om van Brussel te genieten.
Al met al een heerlijk weekend in Brussel, alleen ga ik me nooit meer zo verheugen op een bezienswaardigheid. Want ook een beroemd plassend mannetje kan vies tegenvallen.

Moeten, moeten en nog eens moeten

Iedereen moet wel eens iets. Van boodschappen doen tot schoonmaken, van een bezoek aan je schoonfamilie tot je tanden poetsen. Het zijn geen dingen die je perse leuk vindt om te doen maar toch moeten gebeuren.
Ik daarentegen ben een persoon die graag overal druk op legt en dan voornamelijk voor mezelf. Dit houdt over het algemeen in dat ik overal lijstjes voor maak. Van de boodschappen die nodig zijn tot de dingen die ik nog moet doen.

Moeten, moeten en nog eens moeten. Dat gevoel is iets wat ik vaak heb. Ik jaag mezelf in het harnas door te denken dat alles moet. Het gevoel dat iedereen druk op je schouders legt, maar eigenlijk doe je het zelf. En dat is iets wat ik niet echt in de gaten had.

Tot ik er laatst op werd gewezen dat ik van alle woorden die ik gebruik, het woord ‘moeten’ het meest gebruik. En dat bij het woord moeten altijd een negatieve en zware sfeer ontstaat. Eerst stond ik er niet echt bij stil. Ik dacht, wat maakt het nu voor een verschil als ik in die plaats een ander woord gebruik. Als ik het woord moeten gebruik, zal het wel nodig zijn dacht ik.

Echter begon ik me diezelfde middag nog te beseffen dat ik bij werkelijk alles wat ik zeg het woord moeten gebruik. En hoe vaker ik mezelf erop betrapte, des te meer merkte ik dat er inderdaad een negatief gevoel bij gepaard gaat. Onbewust leg je druk bij jezelf en dat ‘moest’ maar eens veranderen besloot ik ter plekke.

Vanaf die middag ben ik dus bewust woorden aan het kiezen. De eerste paar keren klinkt het ongelooflijk stom. Bij een zin waarbij ik het woord moeten wilde gebruiken probeerde ik nog voor ik het daadwerkelijk gezegd had een ander woord te plaatsen.
Wat er dus de eerste paar keer uitkwam als: ik moet/ga/wil nog even boodschappen doen.
Maar na een paar dagen ging dit al een stuk makkelijker.

De uiteindelijke conclusie van dit verhaal? Probeer zo min mogelijk het woord moeten te gebruiken. Dit omdat je jezelf en anderen onnodig druk op legt. En omdat als iets niet moet, maar je iets wilt, het een stuk makkelijker is.

zondag 27 juli 2008

Samen in the city

Sinds een jaar of twee ben ik helemaal in de ban van ‘Sex and the City’. Eerst volgde ik de serie, net als de rest van Nederland, gewoon op de televisie.
In eerste instantie vond ik de serie wel leuk, maar na een aantal weken leek er toch een kleine verslaving in te zitten.

Toen mijn moeder me twee jaar geleden vroeg of ik nog een leuk cadeau voor onder de kerstboom wist, was dat een inkopper. De Sex and the City Shoebox.
Dit hield automatisch in dat ik de twee weken die erna kwamen mijn huis amper uitkwam om de hele serie te kunnen zien.

Nu twee jaar later heb ik de gehele serie een keer of drie gezien en was ik eigenlijk toe aan iets nieuws. En tot mijn verbazing bleek er een film uit te komen over de vier dames waar ik zo gek op ben.
Na driekwart jaar was het dan eindelijk zover, de film was in de bioscoop te zien. Het volgende dilemma was echter, hoe krijg ik mijn vriend zover om met me mee te gaan.

Na verscheidene pogingen kwam ik erachter dat het niet ging lukken en dat elke vrouw die haar man wel mee zou krijgen naar deze film een onderscheiding zou moeten krijgen. Niet alleen voor doorzettingsvermogen als wel voor het uitzoeken van een man die zo gek van haar is dat hij zelf naar de Sex and the City film gaat voor haar.

Eenmaal in de bioscoop met mijn zusje, die het uiteraard erg leuk vond, bekeken we samen het publiek. We kwamen al snel tot de conclusie dat we in een zaal vol met vrouwen zaten en er werkelijk geen man te bekennen was. Tot dat ene moment waarop we hem zien. De man die als een zoutzak achter zijn vrouw aanloopt op zoek naar de juiste plaatsen en tot dezelfde conclusie komt als mijn zusje en ik, de hele zaal zit vol vrouwen. Het minimale enthousiasme dat de man uitstraalde gaf aan dat hij er eigenlijk helemaal geen zin in had. Maar het eindeloze gezeur zat was, of dacht dat er toch minimaal een man of tien in de zaal zou zitten.

Tijdens de film heb ik continue geboeid naar de film gekeken. Er zat werkelijk alles in. Geluk, verdriet, trouwen, scheiden, zwanger, vakantie, succes, verhuizen, dineren, shoppen, fotoshoots, mooie kleding en dat alles in Manhatten. De film was voor mij een formidabel vervolg op de serie en maakte het verhaal helemaal compleet.
Hier en daar heb ik een traantje gelaten, net als mijn zusje die de film ook geweldig vond.

Aan het eind van de avond kwamen we voldaan uit de bioscoop en hadden de volgende conclusies getrokken. Één, de film was een succes. Twee, je kan maar beter met je zus naar de Sex and the City film gaan want een vent met een gezicht dat op onweer staat naast is ook niet alles.

zondag 20 juli 2008

Knalrood.

Heb je dat ook wel eens? Dat je in de supermarkt in de rij staat voor de kassa en de persoon die voor je staat vergeet zijn groenten te wegen? Of nog erger, niet genoeg geld heeft zodat er iemand van achter de balie moet komen om een aantal producten terug te kunnen nemen?
Deze persoon dan ook nog twijfelt welk product er teruggelegd moet worden en het voor je gevoel uren duurt voordat het afgehandeld is?

Die persoon was ik afgelopen week. Na een ochtend gewerkt te hebben dacht ik, ik ga lekker boodschappen doen voor het hele weekend, dan heb ik dat maar gehad.
Onwetend liep ik gerechten bij elkaar te rapen en reed ik gemoedelijk mijn karretje door de supermarkt.
Heb ik alles? Was voor mij de belangrijkste vraag op dat moment. Om te voorkomen dat ik ergens in het weekend toch nog naar een supermarkt zou moeten om de vergeten producten te halen. Ik had alles wat ik dacht nodig te hebben en reed mijn kar naar de kassa.

Omdat het in het begin van de middag was, was ik bij de eerste kassa meteen aan de beurt. Wat een mazzel dacht ik nog. Echter toen ik mijn portemonnee en mijn sleutels op de band legde ging het al mis. De sleutelbos bleef achter een hekje hangen waardoor ik eerst met de caissière stond te worstelen om de sleutels los te krijgen.
Toen dit gelukt was legde ik netjes al mijn boodschappen op de band, tot ik ontdekte dat ik mijn tomaten niet had afgewogen.
Mezelf verontschuldigend liep ik met grote passen terug naar het weegapparaat om alsnog een prijs aan mijn tomaten te geven.
Terug bij de kassa leek de rust wedergekeerd zodat ik keurig kon afrekenen. Nog steeds onschuldig haalde ik mijn pinpas door het apparaat en toetste mijn pincode in.
Toen de vraag kwam of ik het bedrag van 55 euro wilde betalen, drukte ik weloverwogen de ja-knop in. Ondanks ik graag wilde betalen gaf het pinapparaat aan dat mijn saldo ontoereikend was.

Daar stond ik dan, met een band vol boodschappen voor het weekend, met een hoofd zo rood als mijn net afgewogen tomaten, zonder de benodigde hoeveelheid contant geld, met inmiddels een door mij gecreëerde rij, bij de kassa.
En nu? Dat was wat ik dacht. Hoe kan ik dit oplossen? Ik schraapte al het geld bij elkaar dat ik nog in mijn gigantische portemonnee kon vinden. Ik vroeg de caissière vriendelijk of ik misschien een gedeelte kon pinnen en de rest contant kon betalen. Met 35 euro contant geld kon ik de resterende 20 euro pinnen. Echter bleek bij de tweede poging dat ook dat bedrag niet meer van mijn rekening kon worden afgeschreven.

Dat was het moment van de paniek. Inmiddels niet meer alleen die van mij, want ik had het geduld van de caissière ook aardig op de proef gesteld en die stond op het punt van instorten.
Ik vroeg daarop vriendelijk of ik voor 20 euro producten terug kon leggen. Daarop snauwde de caissière inmiddels dat het terugleggen van boodschappen niet meer mogelijk was aangezien ik al 35 euro betaald had.

Toen ik daarop bijna een zenuwzinking kreeg schoot een manager mij en de cassiere te hulp. Zij vertelde me vriendelijk dat het geen probleem was om de boodschappen even apart te zetten zodat ik thuis het resterende geld kon ophalen.
Dat was het gelukkigste moment dat ik tot die dag had ervaren. Ik laadde, verontschuldigend naar de gecreëerde rij, mijn karretje in. Met een knalrood hoofd verliet ik de supermarkt om thuis de benodigde 20 euro op te halen.
Eenmaal terug bij de supermarkt betaald ik netjes het resterende bedrag en verliet ongemakkelijk maar nog steeds verontschuldigend de supermarkt.

Wat ik hiervan geleerd heb? Dat ik nooit meer iemand veroordeel als het afrekenen langer duurt dan gepland of de groenten niet zijn afgewogen.
Ik ga in ieder geval nooit meer boodschappen doen zonder mijn saldo gecheckt te hebben. Want één ding heb ik wel besloten, de rij zal nooit meer opgehouden worden omdat mijn saldo niet toereikend is.